CO2 vastlegging in bos
Fotosynthese en respiratie (ademhaling) vormen de basisprocessen waardoor bossen CO2 vastleggen en weer vrijgeven. Onder invloed van zonlicht worden door fotosynthese water en kooldioxide omgezet in koolhydraten (suikers, zetmeel, cellulose) en zuurstof. Met name 's nachts is er sprake van het omgekeerde proces en wordt glucose door verbranding weer omgezet in kooldioxide en waterdamp.
Volgroeide bossen leggen netto geen extra CO2 meer vast; hierin is sprake van een evenwicht tussen opname (groei) en afgifte (rotting). Jonge, nog in de groei zijnde bossen, waaronder plantagebossen, leggen wel CO2 vast. Doordat de bomen bladeren en takken verliezen komt een deel van het vastgelegde koolstof al tijdens de groei weer vrij. Het grootste deel blijft echter gebonden in de bomen. Afhankelijk van leeftijd, klimaatzone, type bos, bodem, enz. wordt hierdoor 1 tot 10 ton koolstof per jaar vastgelegd.
De in het hout vastgelegde koolstof komt pas weer vrij als het hout verrot of als het wordt verbrand. Door van het hout duurzame producten te maken wordt voor een langdurige vastlegging van de koolstof gezorgd.
Print